STANDPUNT VAN TIM SOENS

Tim Soens is milieuhistoricus met een specialisatie in natuurrampen. Overstromingen, droogtes, pandemieën, … Hoe komt het dat mensen zo kwetsbaar zijn voor zaken die voorspelbaar zijn? Waarom richten die fenomenen vandaag zoveel schade aan? Waarom hebben ze zoveel impact? Vaak speelt de manier waarop het landschap is ingericht een rol. Naast milieuhistoricus is Tim dus ook landschapshistoricus. Tijdens de voorbije provinciale landschapsdag was hij één van de bevlogen sprekers.
Moïra Heyn, adviseur biodiversiteit en landschapskwaliteit van provincie Antwerpen, ging met hem in gesprek over het verleden, het heden én de toekomst van onze open ruimte.

Moïra: Wat doet een milieu- en landschapshistoricus?

Tim: Milieu- en landschapshistorici bestuderen de relatie tussen mens en natuur en dat op de lange termijn. We bekijken hoe de mensheid, door de eeuwen heen, de omgeving heeft ingericht om aan menselijke behoeften te voldoen. Ons landschap vandaag is duidelijk een productief landschap dat we geërfd hebben van onze voorouders. Zij richtten het op een bepaalde manier in om aan voeding, energie en grondstoffen te geraken. Waardoor lieten ze zich leiden? Hoe gingen ze om met de mogelijkheden, beperkingen en risico’s van hun omgeving? Dat zijn zaken die we onderzoeken. Ik kijk specifiek naar de landelijke omgeving. Hoe heeft landbouw de organisatie van de samenleving bepaald en hoe heeft ze het landschap vormgegeven?

“Ik wil de ernst en de urgentie van de huidige klimaatverandering niet nuanceren door te beweren dat het klimaat in het verleden ook al voor problemen zorgde.”

- Tim Soens

Moïra: Wat vind je je belangrijkste wapenfeit?

Tim: Ik onderzoek al 20 jaar de geschiedenis van overstromingen. In het verleden zorgden die eigenlijk bijna nooit voor veel schade. Er waren ook zelden dodelijke slachtoffers te betreuren, en als die er waren, dan ging het om mensen in zeer precaire omstandigheden. Het is een feit dat onze leefomgeving voortdurend in beweging is. Vroeger vonden er elke winter wel overstromingen plaats. En elke generatie maakte eens een erg grote mee. Maar mensen waren daar beter op voorbereid. En natuurlijk, ook in het verleden sprong men soms onzorgvuldig om met landschappen, wat jaren later grote ecologische problemen zoals overstromingen in de hand werkte. Maar die rampspoed was dan puur te wijten aan de verstoring van de leefomgeving. Ze kende dus eerder een maatschappelijke dan een natuurlijke oorzaak.

Naarmate onze maatschappij meer onder druk komt te staan door de klimaatverandering, is er een tendens bij historici om aan te tonen dat mensen in het verleden ook geleden hebben onder natuurrampen. Al 20 jaar ga ik daar tegenin, want ik wil de ernst en de urgentie van de huidige klimaatverandering niet nuanceren door te beweren dat het klimaat in het verleden ook al voor problemen zorgde. Dat er in de zomer van 2021 in België 40 mensen gestorven zijn door een rivieroverstroming, dat is ongekend. Historisch gezien is er geen precedent!

Moïra: Bedoel je dat wij niet meer genoeg voorbereid zijn om extremen op te vangen?

Tim: Inderdaad. In de geschiedenis heb je drie fasen in onze omgang met natuurextremen.

In de eerste fase waren extremen frequent maar weinig intens. Net omdat ze zo frequent waren, waren mensen voorbereid en richtten ze het landschap in om ermee om te gaan. In de tweede fase zijn we de natuur gaan controleren en hebben we geprobeerd om de natuurextremen uit te schakelen. Rivieren mochten niet meer overstromen, zand mocht niet meer verstuiven, bossen mochten niet meer branden. Daardoor kwamen de extremen minder vaak voor, maar áls ze voorkwamen, richtten ze meer schade aan en werden ze geleidelijk aan gevaarlijker. Nu zitten we in de derde fase, het antropoceen, een tijdperk waarin ons planeet de desastreuze gevolgen ondervindt van de menselijke activiteit. Extremen worden terug veel frequenter én ook veel intenser. We zijn de controle eigenlijk kwijt.

Ooit waren rivieroverstromingen jaarlijks terugkerend en gunstig voor de natuur. Een grote, potentieel gevaarlijke rivieroverstroming richtte toen geen catastrofale schade aan. Er stierven geen mensen. Maar we zijn die rivieren anders gaan inrichten omdat zelfs die gunstige winteroverstromingen niet meer mochten. We maakten er snelwegen van en we zijn er te dichtbij gaan wonen. En dat zorgt voor problemen.

Moïra: Welke lessen kunnen we trekken uit het verleden?

Tim: Er zijn heel evidente lessen te trekken over hoe we onze landschappen best inrichten. Eigenlijk is het verwonderlijk dat we ze niet meer toepassen. Winterbeddingen van rivieren vrijmaken, bijvoorbeeld. Het is evident dat rivieren moeten kunnen overstromen. Het is evident dat daar ruimte voor moet voorzien worden, en je kan op historische kaarten zelfs perfect achterhalen waar de overstroombare gebieden vroeger gelegen waren. We slagen er echter met moeite in om te vermijden dat er nieuwe bebouwing in die natuurlijke overstromingsgebieden komt, laat staan dat we denken aan de evacuatie ervan.

Er lijkt een soort van aarzeling te bestaan om historische, natuurlijke overstromingsrisico’s in kaart te brengen. Er zijn dan ook zeer grote gevolgen aan verbonden. Want we wonen, leven en werken tegenwoordig op plaatsen waar we dat absoluut niet hadden mogen doen.

Moïra: Zijn die lessen uit het verleden vandaag nog relevant, nu we geconfronteerd worden met een ongeziene klimaatverandering?

Tim: Het herstel van het historische landschap alleen gaat ons niet redden. Er is meer nodig. De essentiële vraag is: wat wil je nalaten voor de volgende generatie? Economische welvaart of een veilige, gezonde en leefbare omgeving?

Het voorbije decennium was in West-Europa niet droog, maar nat. Kijk maar naar gegevens van het KMI. De hoeveelheid neerslag lag de voorbije tien jaar boven het langjarig gemiddelde. Het probleem is dat de neerslag veel te intens valt en dat we ons water niet bijhouden. Van augustus 2021 tot juli 2022 is er 764 liter per m² gevallen. Dat is eigenlijk heel normaal, en toch is onze natuur totaal uitgedroogd.

Dan vraag ik me af: wat gaan we doen als er eens écht een jarenlange droogteperiode komt? Het risico daarop neemt toe. In de provincie Antwerpen wordt het gevaarlijk als de Maas droogvalt. Want de Maas levert via het Albertkanaal ons drinkwater. Dat hele systeem is gebouwd op de veronderstelling dat die rivier altijd een bepaald debiet aan water zal houden, maar in het verleden is de Maas al meermaals drooggevallen. We moeten dus absoluut nadenken over hoe we onze drinkwatervoorziening kunnen verbreden. Ik vind het wraakroepend dat al ons water nog altijd afgevoerd wordt naar de zee.

“Van augustus 2021 tot juli 2022 is er in België 764 liter neerslag per m² gevallen. Dat is eigenlijk heel normaal, en toch is onze natuur totaal uitgedroogd.”

- Tim Soens

Moïra: Welke boodschap heb je voor ons natuurbeleid?

Tim: Onze natuurgebieden zijn te klein qua oppervlakte om daar alleen de oplossing te zoeken. In een dichtbevolkte regio als België zijn landschappen altijd door de mens gemaakt. Het vroegere beleid dat de open ruimte in stukken opdeelt – een stukje voor natuur, een ander voor landbouw, een ander voor bewoning en eentje voor industrie – is compleet achterhaald. Natuurdoelstellingen moeten óók in de landbouw gerealiseerd worden, en landbouw moet óók een rol spelen in natuurontwikkeling. Er is dialoog nodig. Ik pleit voor een agro-ecologische toekomstvisie waarbij de landbouwsector betrokken wordt bij het werken aan natuurlijke landschappen. Landbouwers werken tenslotte nog altijd het meeste op en met het land. Ons historische, fijnmazige landschap van beken, poelen, houtkanten en natte weilanden had inzake biodiversiteit en ecologie heel veel te bieden. Je kan beter dát landschap versterken dan te zoeken naar nieuwe wildernissen en op het terrein ernaast een agro-industrie uit te bouwen.

Onze ‘traditionele’ cultuurlandschappen ontstonden omdat daarin gewerkt werd, omdat het productieve landschappen waren. Dat is de grote uitdaging voor het natuur-, omgevings- en landschappelijk erfgoedbeleid in Vlaanderen, het herstellen van die dimensie. Dat we niet alleen proberen om waardevolle landschappen die achteruit zijn gegaan, te versterken door de fauna en flora, het reliëf en de bodem te gaan herstellen, maar dat we ons ook meer gaan verdiepen in de menselijke vormgeving van die landschappen. Hoe zijn die honderden jaren lang onderhouden en hoe kunnen we dat soort onderhouds- en gebruiksvormen terug herstellen?

Uitsnede uit "De palinghuizen in de Antwerpse polder buiten de Slijk- of Lillopoort" (ca. 1600) van Abel Grimmer met op de achtergrond de stad Antwerpen, de Schijnvallei en de bocht in de Schelde

“Ik vind het logisch dat landbouwers voor een stuk betaald worden voor het landschapsonderhoud dat ze verrichten.”

- Tim Soens

Moïra: Wie gaat de landbouwers vergoeden voor het werken aan natuur en landschap?

Tim: Dat is een systeemdiscussie, een zoektocht naar duurzame modellen voor de landbouw. Je wil immers én een rechtvaardig inkomen voor landbouwers garanderen, én onze voeding verduurzamen én onze biodiversiteit en ecologische kwaliteit versterken.

Ik vind het logisch dat landbouwers voor een stuk betaald worden voor het landschapsonderhoud dat ze verrichten. Hun arbeid vergroot immers de landschappelijke en ecologische kwaliteiten van het landschap, en dat is een publiek goed. De vergoeding van landbouwers is een onderhoudskost die aan een kwalitatieve open ruimte verbonden is, dus we zullen een manier moeten vinden om dat te financieren.

Ook de economische waarde van landbouwgronden speelt mee in deze discussie. Wetlands waren historisch gezien het meest productief. Deze natte weilanden, beemden en meersen waren tot 1900 dan ook de duurste gronden per hectare. Tegenwoordig zijn akkergronden echter 10 keer meer waard dan weilanden. En hooilanden zijn nu het minst bruikbaar. Er is veel mogelijk als we op een andere manier met ons landbouwland omspringen.

Moïra: Je doet ook onderzoek naar pandemieën zoals covid-19. Kan het ruimtelijk beleid daar een rol in spelen?

Tim: Er is natuurlijk dat globale verhaal van het overspringen van virussen van dier naar mens omdat we de natuur exploiteren en er te dicht bij wonen. Maar kijken we meer regionaal, dan is het heel opmerkelijk dat we tijdens de pandemie onze open ruimte veel sterker zijn gaan waarderen. We zijn gaan beseffen hoe belangrijk ze is, maar zagen ook hoe verschillend de toegang ertoe is. In lockdown zitten op een klein appartement met vier pubers is niet te vergelijken met een lockdown in een residentiële woning met een ruime tuin en makkelijke toegang tot natuur en groen.

Ik zie dat ook in mijn onderzoek: in principe is iedereen even kwetsbaar in een pandemie, tot de sociale verschillen beginnen te spelen. Mensen met meer middelen konden zich na de eerste golf beter organiseren, hadden meer toegang tot open ruimte en waren daardoor minder kwetsbaar voor de medische én sociale gevolgen van de pandemie.

En dat zie je ook in de klimaatverandering: de droogte en de hitte tijdens de voorbije zomer waren voor iedereen gelijk, maar de beleving kon heel verschillend zijn. Woon je in een straat met heel veel bomen of op een betonnen vlakte? Woon je in het groen of in een verouderd woonblok? Dat is een immens verschil. Iedereen heeft nood aan kwalitatieve, veilige en gezonde ruimte. Het is een publiek goed dat we moeten versterken en waarin we ongelijkheden moeten bestrijden.

"Iedereen heeft nood aan kwalitatieve, veilige en gezonde ruimte. Het is een publiek goed dat we moeten versterken en waarin we ongelijkheden moeten bestrijden."

- Tim Soens

Moïra: Met welke conclusies mogen we dit interview afsluiten?

Tim: Als milieuhistoricus denk ik dat we kunnen leren uit onze traditionele cultuurlandschappen. Zoals ik daarnet al zei, is vooral het integreren van landbouw en landschap daarbij een werkpunt. Het historische landschap leert ons waar overstromingsgevoelige zones zijn en waar er droogtegevoelige vegetatie is. Die waardevolle historische landschappen zijn ontstaan door het voortdurend onderhoud, door het feit dat het productielandschappen waren. We moeten dus niet alleen de landschapsvormen maar ook het onderhoud herstellen. Overal. In de volledige open ruimte. Dat zal onze leefomgeving versterken, maar ook onze identiteit.

Meer weten?

Moïra Heyn

Adviseur biodiversiteit en landschapskwaliteit van provincie Antwerpen

moira.heyn@provincieantwerpen.be

Deel dit artikel