STANDPUNT VAN MAARTEN PULS


Ambitieus inzetten op Leefmilieu en Klimaat

Provinciegriffier Maarten Puls over het nieuwe Bestuursakkoord

Eind 2025 keurde de provincieraad het meerjarenplan van de provincie Antwerpen goed. Daarin staat welke projecten de provincie gaat aanpakken en hoe ze die de komende 6 jaar zal financieren. Het meerjarenplan geeft uitvoering aan het Bestuursakkoord 2025-2030, waarin de krijtlijnen en beleidsdoelen voor deze legislatuur staan. Leefmilieu neemt een belangrijk plaats in binnen het bestuursakkoord; het beleid kiest er dan ook resoluut voor om hier sterk op in te zetten. Dat gebeurde de voorbije jaren al. Het klimaatveilig maken van onze provincie is én blijft een belangrijke geïntegreerde doelstelling, waar de hele organisatie mee zijn schouders onder zet.

De collega’s van het departement Leefmilieu vinden dit het ideale moment om provinciegriffier Maarten Puls te vragen naar de beleidsplannen voor hun thema’s en hoe de provincie Antwerpen deze doelen samen met én voor lokale besturen gaat waarmaken.

De 6 grote pijlers voor Leefmilieu

  • De provincie Antwerpen als onmisbare schakel in het Vlaamse waterbeleid via het beheer van de onbevaarbare waterlopen en projecten tegen overstroming en droogte. We herstellen minstens 10 valleien en realiseren 150 ha natte natuur.
  • Een actiegericht klimaatplan (Plan Vandaag), gericht op het realiseren van eigen doelen en op die van onze lokale besturen.
  • We creëren 150 ha nieuw bos, zoeken kansen binnen provinciale domeinen en projecten, kopen gronden aan en werken samen met de Bosgroepen voor bosuitbreiding bij lokale besturen en bij het klimaatrobuust maken van het bestaande bosareaal.
  • We ontzorgen lokale besturen op vlak van ontharding en vergroening, met als doelstelling minstens 1 onthardingsproject per gemeente, of het nu gaat over pleinen, straathoeken, trage wegen of specifieke projecten. We vergroenen 500 bijkomende speelplaatsen.
  • We versterken de positie van het PIH als kennis- en onderzoekscentrum voor milieu en gezondheid.
  • We zetten in op een moderne, snelle, klantvriendelijke, interdisciplinaire en toekomstbestendige omgevingsvergunning.

Amber Piree – Provinciaal Aanspreekpunt Leefmilieu: Het akkoord kreeg de titel ‘Voor een provincie die telt, voluit voor onze lokale besturen’. De provincie Antwerpen wil de steden en gemeenten niet alleen ondersteunen, maar ook met hen samenwerken om de uitdagingen waarmee ze geconfronteerd worden aan te pakken. Wat betekent dat concreet?

Maarten Puls: Het is de keuze van ons bestuur om deze legislatuur volop in te zetten op deze doelgroep, dat staat buiten kijf. We bieden hen vandaag al ondersteuning en werken ook samen met lokale besturen als partner in allerlei projecten. Omdat we dit vanuit verschillende beleidsdomeinen aanpakken, zijn heldere interne afspraken essentieel. Het is ook goed om de vinger aan de pols te houden: wat leeft er bij onze lokale besturen, waar hebben ze nood aan?

We willen dat lokale besturen op een heel laagdrempelige manier bij ons terecht kunnen, met de juiste vraag op de juiste plaats. Ik ben van mening dat het Provinciaal Aanspreekpunt Leefmilieu die rol vandaag al heel goed opneemt. Als provinciebestuur willen we ons aanbod voor lokale besturen nog beter in de verf zetten.

We moeten hierbij zorgen dat we niet te versnipperd naar de lokale besturen trekken. Meer interne afstemming is nodig: we kunnen van elkaar leren en nadenken over ons aanbod. Sluit het aan bij de noden van het lokale bestuur, of dient het aanbod om provinciaal beleid te realiseren? Welk potentieel nieuw aanbod kunnen we realiseren? De recent opgerichte dienst Lokale Besturen zal een grote rol spelen in de coördinatie. Thematische samenwerking met de lokale besturen en duidelijke aanspreekpunten zijn cruciaal. Daarnaast denk ik dat het ook echt noodzakelijk is dat één op één-relaties blijven bestaan.

Didier Soens – directeur Integraal Waterbeleid: De ambities voor waterbeleid zijn groot. In de meerjarenplanning worden heel wat middelen voorzien. Sinds 1998, het jaar van de zware overstromingen, is er gigantisch veel geïnvesteerd in waterlopenbeheer, de aanleg van overstromingsgebieden en pompstations. Waarom blijven we er als provincie zo sterk op inzetten?

Het beheer van onze waterlopen is één van de speerpunten van onze organisatie. Het is essentieel dat wij als provincie onze rol van waterloopbeheerder kunnen blijven opnemen. We kiezen er dan ook voor om te blijven investeren. Het is bovendien een wettelijke taak, die we heel goed uitvoeren. Ik hoop dan ook dat de juiste beslissingen worden genomen wanneer dit dossier opnieuw op de tafel van de Vlaamse regering komt en men ons zal blijven zien als een belangrijke kwalitatieve waterloopbeheerder.

Deze bovenlokale opdracht stopt niet aan de gemeentegrens. Daarom is het bij uitstek een rol voor een provinciebestuur. In het college van de vijf provincie(griffier)s vertegenwoordig ik de bevoegdheid water. Onze provincie heeft altijd een voortrekkersrol gespeeld en zal dat blijven doen. Onze organisatie heeft een zodanig grote kennis en expertise dat ook anderen dat van ons verwachten én waarderen. De combinatie van deskundige medewerkers en de politieke gedragenheid binnen ons bestuur maakt dat wij ons niveau kunnen behouden.

Tot slot: water verbindt ons met tal van andere sectoren. Dat onderstreept de noodzaak van geïntegreerd werken, een cruciale pijler uit ons bestuursakkoord. Zelf zag ik de impact hiervan al als voormalig diensthoofd Landbouw en medewerker van de Hooibeekhoeve. Of het nu gaat om waterkwantiteit, stuwtjesprojecten of Europese samenwerkingen: het belang van water is alleen maar gegroeid. Ons waterbeleid is en blijft dan ook een fundamentele pijler van dit bestuur.

Kris Huijskens – droogtecoördinator: De provincie leidt water in goede banen en zeker in de klimaatcontext is dat relevant. 2025 was een zeer droog jaar, terwijl het jaar ervoor extreem nat was. Hebben deze neerslagextremen een impact op het beleid van de provincie?

Voor extreme weersomstandigheden an sich bestaan geen kant-en-klare oplossingen. In ons bestuursakkoord en in het beleid verschuiven we daarom de focus van de extremen naar het creëren van structurele ruimte voor water. Dat betekent dat we in droge én erg natte periodes goed moeten omgaan met het beheer van water en onze strategie moeten uitbouwen.

We hebben een droogtestrategie en een droogtecoördinator die het waterbeheer opvolgt, coördineert en afstemt. Dat doen we in samenwerking met andere overheden en met de gouverneur, wiens rol hierin belangrijk is. Of die extremen een impact hebben op ons beleid? Dat denk ik wel. Ze hebben ons niet alleen aan het denken gezet maar er ook voor gezorgd dat droogtebeheer nu ingebed zit in onze reguliere werking onder andere door de aanstelling van een droogtecoördinator.

Jef Cox – coördinator Grote Nete: Kansen en uitdagingen rond klimaat en biodiversiteit stoppen niet aan de gemeentegrens en raken ook aan verschillende beleidsdomeinen. Ze vereisen een aanpak die verschillende sectoren overstijgt en waarvoor afstemming tussen verschillende gemeenten nodig is. Hoe wil de provincie als bovenlokale speler lokale besturen in zulke complexe oefeningen ondersteunen?

Door gebiedsgericht te werken, brengen we verschillende sectoren, domeinen en bestuursniveaus samen om naar een bepaald gebied te kijken en oplossingen te zoeken. Vanuit een gezamenlijke visie werken we concrete acties uit die door de verschillende betrokkenen zijn gedragen. Eenvoudig is dat niet: we moeten rekening houden met de evenwichten tussen de verschillende partners. Maar de methodiek van een gebiedsprogramma is net gebouwd om met die complexe uitdagingen om te gaan.

Als provinciebestuur zijn we trekker van meerdere gebiedsprogramma’s. We doen dat goed en dat moeten we durven zeggen. De link met ons bestuur is vandaag nog te onzichtbaar: onze rol als regisseur moet prominenter uitgedragen worden. Neem nu het voorbeeld van de Grote Nete: door water, natuur, landbouw, erfgoed en beleving te verenigen in één visie op een klimaatveilige vallei, overstijgen we de occasionele spanningen. Deze gebiedsgerichte aanpak biedt partners een duidelijk kader om hun specifieke acties en engagementen vorm te geven.

Maarten Puls op stap met Koen Eyskens, coördinator Kleine Nete

Goedele De Vos – teamhoofd Klimaat: Het bestuursakkoord bevestigt de klimaatdoelstellingen en -engagementen van Plan Vandaag, het klimaatplan van de provincie Antwerpen: 40% minder CO₂-uitstoot tegen 2030, klimaatveilige gemeenten en schone, betaalbare energie voor elke inwoner. Momenteel werken we binnen onze organisatie het nieuwe actieplan uit. Wat vind jij als provinciegriffier belangrijk?

Klimaat is naar voor geschoven als een van onze vier geïntegreerde doelstellingen. Met Plan Vandaag zetten we ons klimaatbeleid om in concrete acties. Zo steunen we lokale besturen bij het opmaken en uitwerken van hun klimaatplannen. Uit de feedback die ik krijg, bijvoorbeeld onlangs nog van enkele algemeen directeurs van lokale besturen, blijkt dat ze erg enthousiast zijn over hoe we ons aanbod op een holistische manier brengen — niet alleen omdat het kwalitatief is, maar ook omwille van onze werkbare aanpak. Die hands-on mentaliteit levert snel resultaat, en dat is voor de lokale besturen interessant. Via acties rond water, bos en ontharding en vergroening maar ook vanuit landbouw, economie, ruimte, toerisme en recreatie werken we samen aan een klimaatveilige provincie.

Ook voor onze eigen organisatie en entiteiten is klimaatveiligheid heel erg belangrijk. We hebben de forse ambitie om onze uitstoot van broeikasgassen tegen 2030 met 40% te reduceren. Willen we anderen ondersteunen, dan moeten we zelf het goede voorbeeld geven. Daarbij moeten we binnen en buiten de organisatie rapporteren over wat we doen, welke effecten we beogen en wat we bereiken.

Sara Maes – teamhoofd biodiversiteit en landschap: De provincie Antwerpen heeft in de vorige legislatuur 371.502 boompjes geplant. Ook deze legislatuur zullen we opnieuw ambitieus inzetten op bosuitbreiding. Hoe zal de provincie 150 ha bomen en houtkanten tegen 2031 realiseren?

We zetten in op partnerschappen om uit te zoeken waar de kansen en de mogelijkheden liggen. De samenwerking met onze Bosgroepen en met de Regionale Landschappen is daarbij van groot belang. Door extra budget en personele capaciteit vrij te maken, kunnen we die 150 hectare volgens mij realiseren. Bos aanplanten is een belangrijke beleidskeuze die onderbouwd moet worden: met gronden kun je immers verschillende zaken doen. Daarom moet er ook draagvlak gecreëerd worden bij de lokale besturen. We kijken vaak vanuit verschillende beleidsdomeinen naar hetzelfde stukje grond. Vanuit onze natuurverbindende opdracht onderzoeken we waar het opportuun is om bos te creëren en wanneer het interessant is voor bepaalde soorten. Dat moet je met objectieve elementen kunnen onderbouwen. Een goed afwegingskader helpt om keuzes te maken hierbij. Daarom ontwikkelt de provincie tools die helpen om de juiste beslissingen te nemen: denk maar aan het FEN of Bodem Als Basis, die op mekaar kunnen afgestemd worden.


"Vanuit onze natuurverbindende opdracht onderzoeken we waar het opportuun is om bos te creëren en wanneer het interessant is voor bepaalde soorten. Dat moet je met objectieve elementen kunnen onderbouwen."


Yves Pepermans - klimaatexpert: In 2023, het meest recente jaar waarover we volledige cijfers hebben, kwam er 1760 ha verharding bij in de provincie Antwerpen. Dat is een sterke stijging in vergelijking met de jaren ervoor. Wat gaat de provincie doen om deze trend mee te keren?

In deze vraag is het woord ‘mee’ heel belangrijk, want het is een uitdaging die we samen met veel partners moeten realiseren. We hebben natuurlijk heel wat eigen patrimonium waar we moeten inzetten op ontharding. Dat is niet gemakkelijk omdat we altijd afwegingen moeten maken. Wie is de doelgroep? Wat zijn de mogelijkheden op een locatie? Kan ontharden daar, of niet? Geheel of gedeeltelijk? Zijn er alternatieven?

Lokale besturen zijn belangrijke partners, en ook op dat vlak kunnen we ze ontzorgen en ondersteunen. Denk maar aan de ontharding van 500 speelplaatsen die is goedgekeurd in het meerjarenplan (2026-2031): dat is een stevige ambitie die een goede organisatie vergt. Daarnaast nemen we het initiatief om straten klimaatveilig te maken met de opstart van de ‘Groene Oases op Straat’, het project ‘Gemeentewegen onder de loep’ en de Europese projecten rond ontharding. De voorbije jaren hebben we gezien dat het aanslaat. Mensen zien dat ook. Ik ben blij met deze beleidsintentie in het bestuursakkoord en de verankering ervan in ons meerjarenplan. De verhardingstrend proberen we niet alleen terug te dringen met Plan Vandaag, ons klimaatplan, maar ook via het Provinciaal Beleidsplan Ruimte.

De komende jaren zullen we nieuwe opleidingen, trajecten en tools moeten ontwikkelen om lokale besturen te ondersteunen. Een totaalpakket als het ware, waar de lokale besturen zelf mee aan de slag kunnen. Daar valt ongetwijfeld nog heel wat winst te rapen.

Marijke Lenaerts – directeur PIH, kenniscentrum voor milieu en gezondheid: Waarom is het PIH vandaag onmisbaar voor gezonde leefomgevingen in onze gemeenten, en wat maakt de aanpak zo sterk?

De combinatie van een brede waaier aan ondersteuningsmogelijkheden en een hands-on aanpak vind ik de grote sterkte van het PIH. Of het nu technische vragen, staalnames en analyses of deskundig advies betreft, kwaliteit en onafhankelijkheid staan altijd voorop.

We werken natuurlijk in een markt met veel andere spelers. We moeten ervoor zorgen dat we concurrentieel blijven en dat op een betaalbare en ontzorgende manier blijven doen. De keerzijde is uiteraard dat het ook voor ons betaalbaar moet blijven.

We investeren ook sterk in het PIH. Het nieuwe gebouw gaat het statuut en de positie van het PIH alleen maar versterken. De werking van het PIH draagt ook sterk bij aan de ondersteuning van de lokale besturen.

Pieter Sannen – directeur Omgevingsvergunningen: De dienst Omgevingsvergunningen zal ook de komende legislatuur inzetten op het correct, efficiënt en klantvriendelijk verlenen van vergunningen. Hoe ziet u de evolutie van de rol van de provincie in het bijzonder op vlak van begeleiding en vooroverleg met gemeenten?

De provincie speelt een sleutelrol in dit verhaal. We hebben uiteraard onze formele vergunningverlening, waarbij het ook voor heel grote projecten en bedrijven belangrijk is om dat op een performante manier te blijven doen. Vanuit de filosofie van ons nieuwe bestuursakkoord en ons nieuwe meerjarenplan om voluit voor de lokale besturen te gaan, willen we daarnaast maximaal inzetten op begeleiding en ondersteuning. Het is aangewezen dat we in een vroeg stadium met de gemeenten aan de slag gaan. Begeleiding en vooroverleg zijn ook noodzakelijk in het kader van wettelijk geregelde procedures en processen, zoals omgevingsvergunningen. Zowel met de gemeenten als met de initiatiefnemers kunnen we dan knelpunten detecteren en zaken bespreekbaar maken, met een veel vlottere doorloop van de procedures tot gevolg.

Na het recente wasserij-arrest en de daaropvolgende wetswijziging komen lokale besturen voortaan voor dossiers waarbij ze initiatiefnemer zijn en er een m.e.r.-screening vereist is, bij de provincie terecht als vergunningverlenende overheid. Voordien konden ze hun vergunningen zelf toekennen. De besturen zullen verwachten dat we hun dossiers vlot en consistent behandelen en daar moeten we ons op voorbereiden. Hun vergunningsdossiers staan vaak in hun meerjarenplannen, en die willen ze uiteraard realiseren.


"Het is aangewezen dat we in een vroeg stadium met de gemeenten aan de slag gaan. Zowel met de gemeenten als met de initiatiefnemers kunnen we dan knelpunten detecteren en zaken bespreekbaar maken, met een veel vlottere doorloop van de procedures tot gevolg."

Thalia Gijsbrechts – communicatiemanager departement Leefmilieu: De provincie wil een zichtbare en directe partner zijn voor lokale besturen. Hoe kunnen die er ook op vertrouwen dat de provincie hun ideale compagnon is om aan gezamenlijke doelstellingen te werken?

Een goede band opbouwen met de lokale besturen is fundamenteel. We moeten toegankelijk zijn, onze informatie vlot ontsluiten en een helder digitaal aanbod bieden. Als we iets promoten, moeten we erover waken dat we het ook waarmaken.

Daarom gaan we proactief in gesprek over hun meerjarenplan en langetermijnvisies. Door ambities naast elkaar te leggen, kunnen we capaciteit spreiden en bepalen waar de provincie echt kan ontzorgen. Zo maken we doelstellingen haalbaar en uitvoerbaar.

Als provinciebestuur hebben we een bovenlokale rol maar willen we tegelijkertijd voldoende dichtbij zijn. Dat maakt ons enerzijds erg geschikt om op maat lokale besturen te helpen bij hun specifieke uitdagingen. Anderzijds moeten we vanuit onze rol uitzoomen naar het bovenlokale niveau. Zo kunnen we andere lokale besturen betrekken en oplossingen op grotere schaal uitwerken.

Tot slot maken we als expertenorganisatie het verschil door op het terrein ondersteuning te bieden. Deze hands-on aanpak vind ik effectiever dan loutere subsidiëring. We maken het verschil door écht mee het veld op te gaan om doelstellingen te realiseren. We hebben al heel wat sterke samenwerkingsverbanden en mooie cases opgezet. Concrete voorbeelden daarvan vind je onder andere in deze Zuurstof.

Over Maarten Puls

Maarten Puls is 48 jaar, woont in Herentals en studeerde master in de Biowetenschappen (optie landbouw). Hij werkt dit jaar 25 jaar voor de provincie, wat zorgt voor een ruime kennis van de werking en de nodige ervaring in overheidsmanagement en beleidsprocessen. Maarten startte in 2001 als projectmedewerker agrarisch natuurbeheer bij het Autonoom Provinciebedrijf Hooibeekhoeve. In 2003 werd hij Plattelandscoördinator bij de Dienst Landbouw- en Plattelandsbeleid, waar hij in 2006 diensthoofd werd. Voor hij 5 jaar geleden de eed aflegde als provinciegriffier leidde hij gedurende 11 jaar het Departement Economie, Streekbeleid en Europa. De provinciegriffier vormt als hoogste ambtenaar en hoofd van de provinciale administratie de cruciale schakel tussen het beleid (deputatie en provincieraad) en de administratie. Hij ondersteunt het bestuur, bereidt beleid voor en coördineert de uitvoering.

Meer info over het bestuursakkoord

Deel dit artikel

Terug naar inhoudstafel