STANDPUNT VAN FREDERIK FOSSÉ


“Om energiezuinig en duurzaam te renoveren, is een onafhankelijk renovatiemasterplan een must. Overheden moeten dit meer faciliteren om iedereen in beweging te krijgen”

Frederik Fossé is zelfstandig architect en technisch adviseur bij Pixii, het kennisplatform voor energieneutraal bouwen. Ecologisch bouwen is altijd al zijn passie geweest. Als technisch architect hecht hij vooral belang aan een doordachte detaillering en het energetische aspect.

Hij gaat in gesprek met Hans Vannuffelen, projectverantwoordelijke bij Kamp C, dé referentie voor duurzaamheid en innovatie in de bouw in de provincie Antwerpen.

Al van bij het begin zijn ze ideale sparringpartners. Allebei hebben ze immers een recente bouwervaring achter de rug. De ene bouwde zelf, de andere deed een ingrijpende renovatie. Kortom, ze kennen uit eerste hand de uitdagingen waar energiebewuste (ver)bouwers tegenaan lopen.

Hans: Welk evolutie zag je de voorbije 10 jaar in de markt van duurzaam verbouwen?

Frederik: Een heel trage evolutie. Particulieren hebben weinig nood aan aanpassingen. De plots stijgende energieprijzen brengen daar tegenwoordig wel verandering in. Ook circulair bouwen krijgt meer aandacht, maar het is moeilijk om er een gangbare praktijk van te maken. Moderne architectuur is naadloos, en dat gaat natuurlijk niet samen met circulaire demonteerbare bouw.

Hans: Kan de stijging van de energieprijs mensen over de streep halen om te investeren in energiebesparende maatregelen?

Frederik: Voor sommige mensen is dat zeker een trigger. Want als je huis bijvoorbeeld goed geïsoleerd is en je dus minder moet verwarmen, dan voel je die hoge energieprijs minder.

Ikzelf heb een geothermische warmtepomp laten installeren die ik gebruik om in de winter te verwarmen en in de zomer passief te koelen. Ik heb gemerkt dat ik in de wintermaanden voor verwarming 500 kWh meer elektriciteitsverbruik heb. Reken 28 eurocent per kWh, dan betaal ik per jaar nog maar 140 euro op mijn verwarming. Er staat natuurlijk wel een forse investering tegenover.

Het verwarmingsvraagstuk blijft voor veel mensen moeilijk op te lossen. Om minder gas te gebruiken, kiezen ze bijvoorbeeld voor een houtkachel, maar dat veroorzaakt veel fijn stof, en dat is absoluut te vermijden.

"Ook heel wat professionelen zien het energetische nog steeds als een last en niet als een vanzelfsprekend-heid."
Frederik Fossé, zelfstandig architect en technisch adviseur bij Pixii

Hans: Wat vind je van de strengere eisen van de overheid voor EPC-certificatie en verplichte woonrenovatie bij aankoop?

Frederik: Het principe is in orde maar de eisen gaan niet ver genoeg. Voor sommige mensen kan de minimale regelgeving immers een rem zijn omdat ze louter aan de regelgeving willen voldoen en daardoor niet verder nadenken over wat echt een goede oplossing is voor hen. Ook heel wat professionelen zien het energetische nog steeds als een last en niet als een vanzelfsprekendheid.

Ik begeleid bijvoorbeeld isolatieprojecten voor woningeigenaars in opdracht van de Stad Antwerpen. Aannemers stellen als dakisolatie standaard een R-waarde van 4,5 m²K/W voor omdat dat het minimum is om in aanmerking te komen voor een premie. Als ik dan vraag om er een optie bij te zetten om meer isolatie te plaatsen, dan krijg ik vaak de reactie dat zich dat niet terugverdient of dat de aannemer dan niet de goedkoopste kan zijn.

"De maatregelen die wij nemen, zouden moeten staan in functie van het gebouw en pas in de tweede plaats in functie van de bewoner die er op dat moment toevallig in woont."

Frederik Fossé, zelfstandig architect en technisch adviseur bij Pixii

Hans: Jammer, want extra isoleren is op de moment zelf wel duurder, maar als je naar de doelstellingen van 2050 kijkt ben je op langere termijn goedkoper af om het in één keer te doen.

Die R-waarde voldoet wel aan de huidige 2050 doelstellingen, maar is daarom niet in elke situatie het meest kostenefficiënt. 2050 is ook nog redelijk veraf voor veel mensen. Maar de maatregelen die wij nemen, zouden moeten staan in functie van het gebouw en pas in de tweede plaats in functie van de bewoner die er op dat moment toevallig in woont. Als je dingen dubbel moet doen, leidt dat op termijn tot heel grote kosten.

Frederik hertekende zijn huis om meer tuin te creëren

Grondige renovatie van Frederiks eigen woning in Mechelen

Hans: Heb je een idee voor een andere of betere aanpak?

Frederik: Vanuit de overheid vind ik de renovatieverplichting iets goed, uiteraard mits voldoende ondersteunende maatregelen voor diegenen die het echt nodig hebben. Maar daaraan moet een duidelijk plan gekoppeld zijn. In het vernieuwde EPC zit dat al een beetje in. Het geeft in het kader van de 2050-doelstellingen een goed inzicht in de huidige prestaties van het gebouw en welke delen nog aangepakt moeten worden om aan de doelstellingen te voldoen. Toch blijft het in veel situaties een te algemeen document dat niet aanzet om er zelf mee aan de slag te gaan. Er wordt immers geen rekening gehouden met specifieke situaties zoals een moeilijke detaillering of vormgeving van een gevel. Dus moet iemand met kennis van zaken ter plaatse alles in detail komen bekijken en een robuuste totaaloplossing voorstellen. Zo hebben mensen een houvast van wat er nog moet gebeuren, hoeveel dat ongeveer gaat kosten en hoe ze het gefaseerd kunnen uitvoeren in de juiste volgorde.

Omdat alle betrokken partijen enkel naar hun deel van de werf kijken, ontbreekt vaak het totaalplaatje.

Frederik Fossé, zelfstandig architect en technisch adviseur bij Pixii

Hans: Bij Kamp C ervaar ik heel vaak dat mensen zelf hun weg niet vinden. Deskundige begeleiding en advies zijn heel belangrijk.

Frederik: Dat is ook wat ik ervaar vanuit mijn opdracht als renovatiebegeleider voor de Stad Antwerpen. Mensen hebben echt nood aan een onafhankelijk persoon die hen begeleidt. Omdat alle betrokken partijen enkel naar hun deel van de werf kijken, ontbreekt vaak het totaalplaatje. Dan komen ze bij u om gevelisolatie te plaatsen maar hebben ze net daarvoor nieuwe ramen geplaatst, zonder dat af te stemmen. Nochtans zijn extra kosten of overbodige maatregelen soms eenvoudig te vermijden als er vooraf overleg plaatsvindt.

"Het verwarmingsvraagstuk is heel moeilijk omdat er weinig perspectief is”

Frederik Fossé, zelfstandig architect en technisch adviseur bij Pixii

Hans: Hoe sta jij tegenover warmtenetten en waterstof? Adviseer je bijvoorbeeld om gasleidingen weg te doen of ben je voor het behoud?

Frederik: Het verwarmingsvraagstuk is heel moeilijk omdat er weinig perspectief is. De overheid zou hier snel een veel duidelijkere beslissing in moeten nemen. Er zijn al een aantal goede initiatieven genomen, maar in de meeste gevallen weet je nog niet of en wanneer er bijvoorbeeld een warmtenet voor je eigen woning komt. Wat moeten mensen dan doen met een ketel van 10 à 15 jaar oud die nog wel meekan, of die aan vervanging toe is? En dan zijn er woningen die direct elektrisch verwarmd worden op uitsluitend nachttarief. Ter vervanging een cv-installatie aanleggen, is heel ingrijpend in een compleet afgewerkt huis. In mijn eigen zoektocht naar geothermische verwarming kwam ik te weten dat de Nederlandse overheid het soms toestaat om op het openbare domein te boren als het niet in individuele tuinen kan. Waarom kan die voorziening hier ook niet genomen worden als er een heraanleg van een straat gepland is?

Hans: Dus, wat zou je adviseren aan iemand met een werkende ketel van 15 jaar oud: vervangen of uitstellen?

Frederik: Ik zou wachten met de aardgasketel te vervangen, die kan nog wel even mee. Eerst moet de verwarmingsvraag verminderd worden, zodanig dat als de ketel effectief aan vervanging toe is, je de nieuwe warmteopwekker correct kan dimensioneren en je met een beduidend lagere aanvoertemperatuur kan verwarmen.

Hans: Ik heb de indruk dat de Vlaamse overheid zich focust op het energetische en de kwaliteit van de woning, maar te weinig communiceert over de haalbaarheid ervan - zowel praktisch als financieel.

Frederik: De communicatie erover moet veel professioneler en veel breder aangepakt worden. De overheid moet het niet alleen hebben over verplichtingen, maar vooral ook over hoe ze mensen kan helpen. Want anders krijg je het omgekeerde effect. Aversie tegenover veranderingen en verplichtingen is nu eenmaal heel menselijk. Na de aankondiging van de uitfasering van stookolieketels, werden er op een aantal maanden tijd nog snel heel veel van die toestellen besteld ter vervanging van oudere toestellen. Men doet liever nog 20 jaar voort zoals voorheen dan in het stof te zitten en administratieve rompslomp te trotseren. De goede langetermijnoplossingen zijn meestal heel wat complexer, vandaar m’n pleidooi voor een deskundige ondersteuning en communicatie. Geef bij verplichtingen steeds mee hoe ze haalbaar gerealiseerd kunnen worden of geef toch minstens enkele handvatten om mee aan de slag te gaan.

In de toekomst moet het vanzelfsprekend en standaard zijn om fossielvrij te verwarmen, energiezuinig te leven en hernieuwbare energie op te wekken. Mensen verplichten te renoveren is niet de heilige graal. Je moet ze ook ondersteunen, zodat ze het minder aanvoelen als een verplichting maar als een weg die we samen met de overheid moeten bewandelen richting 2050.

"Mensen verplichten te renoveren is niet de heilige graal. Je moet ze ook ondersteunen, zodat ze het minder aanvoelen als een verplichting maar als een weg die we samen met de overheid moeten bewandelen richting 2050.”

Frederik Fossé, zelfstandig architect en technisch adviseur bij Pixii

Hans: Mensen betalen vaak te veel voor een bestaande woning. Er wordt wel een Woningpas en EPC bij voorzien, maar kopers beseffen doorgaans niet hoeveel het kost om alles energetisch te renoveren. Dus dat budget is er vaak niet.

Frederik: Klopt. De renovatieverplichting gaat hopelijk wel wat beweging veroorzaken maar dat gaat niet van vandaag op morgen zijn. De tussenstapjes die de overheid steeds opnieuw inbouwt, doen geen goed aan de noodzakelijke renovatieversnelling. Om van een EPC-label E naar een label C te gaan, volstaat vaak al het plaatsen van dakisolatie en het vernieuwen van de ramen. Dat doen de meeste mensen nu al als ze een ouder huis met een slecht EPC-label kopen. Doe daar een nieuwe keuken en badkamer bij en men is heel tevreden met de renovatie. Maar uiteindelijk moet een A-label gehaald worden. De lastige ingrepen moeten dan nog komen.

De prijs van bestaande huizen is niet het enige probleem. Er zijn ook de fors stijgende materiaalprijzen, materiaaltekorten en het tekort aan handen om alles uit te voeren.

Hans: Heb je het gevoel dat subsidies van bijvoorbeeld Fluvius op de juiste plaats geraken?

Frederik: Het risico met premies is altijd dat ze terechtkomen bij mensen die dat eigenlijk niet nodig hebben. Maar goed, zo worden die wel getriggerd om iets te doen. Het is jammer dat er veel te weinig middelen zijn om mensen te helpen die er echt nood aan hebben.

10 jaar geleden bouwde Hans een passiefwoning

Hans: Voor sommige subsidies moet je eerst aan voorfinanciering doen en krijg je de premie achteraf terug of via de onroerende voorheffing.

Frederik: Klopt, maar er zijn manieren om dat deels te omzeilen. Bepaalde groepen kunnen financieel een beroep doen op een renteloze energielening. Die kunnen ze opnemen om werken uit te voeren, en vervolgens versneld terugbetalen met premies die ze ondertussen gekregen hebben. Helaas is zo’n renteloze lening dikwijls ontoereikend om zelfs nog maar de dringendste werken te kunnen uitvoeren. Een beter voorbeeld is een rollend fonds of een lening waarvan het kapitaal pas bij verkoop van de woning terugbetaald moet worden. Ik kijk ook uit naar de eengemaakte ‘Mijn VerbouwPremie’. Die zal het administratief eenvoudiger maken om premies aan te vragen.

Hans: Ik herinner mij nog de burenpremie. Die was niet voor de buren en eigenlijk ook niet echt een premie. Ongelukkige woordkeuze.

Frederik: Ja. Het ene jaar moet je BENOveren, even later reNUveren. Het is best verwarrend voor wie er niet dagelijks mee te maken heeft. Want is dat allemaal hetzelfde of iets anders, en bij wie moet ik nu zijn? Ik pleit voor een overheidscommunicatie die een heel duidelijk en eerlijk zicht geeft op de lange termijn.

Hans: Tegen welke muren botste jij bij je eigen renovatie?

Frederik: Zoals bij heel veel verbouwers: het verwarmingsvraagstuk. We wilden absoluut een verwarmingssysteem zonder fossiele brandstoffen of hout. Er was al voorzichtig sprake van een mogelijke aanleg van een warmtenet in de buurt. Maar het was snel duidelijk dat de eventuele realisatie ervan veel te laat zou komen. Dus werd het een warmtepomp. In een volledig ommuurde, smalle stadstuin is een lucht/water warmtepomp geen evidentie door de geluidsproductie van dat systeem. We wilden ook wat kunnen koelen in de zomermaanden, want de combinatie van een goed geïsoleerde woning en een redelijk luidruchtige omgeving maakt dat de broodnodige nachtelijke intensieve ventilatie via openstaande ramen niet altijd toepasbaar is. En die koeling moet ook op een energiezuinige manier gebeuren. Dan kom je uit bij een geothermische warmtepomp. Een uitvoerder vinden voor het boren en plaatsen van de geothermische sondes bleek een gigantische uitdaging. Uiteindelijk is het wel gelukt, mits een muurtje af te breken om het boortoestel in de tuin te krijgen.

Hans: Bij kamp C krijgen we vaak de typische vraag naar de terugverdientijden van kwalitatieve investeringen. Hoe kijk jij daarnaar?

Frederik: Als het gaat over energiezuinige maatregelen, dan spreken mensen heel snel over terugverdientijden. Maar als het gaat over een nieuwe badkamer, keuken of vloer, dan wordt daar met geen woord over gerept. Van een mooie inrichting kan je gelukkiger worden natuurlijk. Maar dat is volgens mij ook zo bij het nemen van energiezuinige maatregelen: het comfort wordt verhoogd, de binnenluchtkwaliteit kan verbeterd worden én er zijn ook positieve gevolgen voor de omgeving - zoals minder ongewenste uitstoot. Dat zijn toch ook allemaal zaken die waarde hebben?

Bovendien gaat het bij een renovatie vaak meer dan alleen over het energiezuinig maken. Dikwijls is het basisplan van de woning helemaal niet goed. Ook wij hebben ons huis helemaal heringedeeld. Ik weet dat de terugverdientijd van onze ingrijpende renovatie lang zal zijn. Daarom: doe het eenmaal goed, anders is het op termijn financieel helemaal niet meer te overzien.

Hans: Hoe zou jij mensen overtuigen van de logica om beter eerst in andere dingen te investeren dan in de badkamertegels?

Frederik: Mensen mogen natuurlijk doen wat ze willen, wat vooral telt is het totaalplaatje: ze moeten weten wat hun woning effectief nodig heeft binnen dit en 30 jaar, en wat ze kunnen plannen op langere termijn. Zo krijgen mensen inzicht in wat ze moeten aanpakken en in welke fasering ze dat kunnen doen.

Hans: Welke boodschap heb je voor lokale besturen?

Frederik: Langetermijndenken en -doen is belangrijk zodat we over legislaturen en over partijgrenzen heen verdere stappen kunnen zetten. Communiceer ook goed over waarom je bepaalde dingen doet en welke rol je kan spelen in de ondersteuning daarvan. Trouwens, opvallend veel gemeenten beloven in hun nieuwe klimaatplannen om van die ondersteuning werk te maken.

“Die goede voorbeelden tonen aan dat lokale overheden echt de sleutels in handen hebben om iets te doen.”

Frederik Fossé, zelfstandig architect en technisch adviseur bij Pixii

Hans: Jijzelf begeleidt voor de Stad Antwerpen renovatietrajecten waar mensen de nodige ondersteuning krijgen. En je ziet ook hoe langer hoe meer energiehuizen opduiken.

Frederik: Die goede voorbeelden tonen aan dat lokale overheden echt de sleutels in handen hebben om iets te doen. Ook Mechelen en andere steden en gemeenten bieden al een of andere vorm van renovatiebegeleiding aan. De hoofddoelstelling moet voor mij zijn dat deze begeleiding uiteindelijk leidt tot degelijk uitgevoerde werken die decennialang mee gaan. Dat vergt wel wat studiewerk, dus moet er ook voldoende financiering tegenover staan. Maar natuurlijk moet niet alle initiatief van de overheid komen. Ik denk spontaan aan Itho Daalderop, een fabrikant die beslist heeft geen aardgasketels meer te maken. Dat zijn statements die ook helpen om de transitie te versnellen. Zo’n bedrijven zijn voortrekkers van een positieve beweging waarbij we allemaal aan hetzelfde touw moeten trekken. Alleen zo halen we de doelstellingen van 2050!

Ook interessant voor jou ...

Fier gelijk ne gieter